Terug
Gepubliceerd op 07/07/2026

Besluit  raad van bestuur agb@zemst

do 25/06/2026 - 19:30

Jaarrekening 2025 agb@zemst: vaststelling

Aanwezig: Koen Vandermeiren, voorzitter
Joeri Van den Brande, ondervoorzitter
Liesbeth Lacante, Tim Borteel, Peggy Muyldermans, Dominique Van Haesendonck, Luu Merckx, leden
Jocelyn Bruggeman, secretaris wnd.
Verontschuldigd: Lennert Bessems, lid
Brien Coppens, secretaris
Natalie Vastmans, Manager Samen Leven en Beleven
Afwezig: Hagen De Man, lid
Voorgeschiedenis
  • De vijfde en laatste aanpassing aan het meerjarenplan 2020-2025 werd op 14 november 2024 vastgesteld door de raad van bestuur.
Feiten/context
  • In 2025 werd het cultuuraanbod sterk uitgebreid. Er werden door het agb 42 podiumvoorstellingen georganiseerd, waarvan 34 avondvoorstellingen en 8 familievoorstellingen. 32 voorstellingen waren volledig uitverkocht. De Filmerij organiseerde 19 filmvoorstellingen waarvan 9 filmvertoningen volledig uitverkocht waren. Cinema Zuut was een nieuw initiatief dat op vrijdagnamiddag werd georganiseerd voor de doelgroep senioren. Cinema Zuut werd 4 keer georganiseerd en wordt wegens succes hernomen in 2026. In 2025 werden er meer dan 15.500 tickets verkocht. Sinds 2025 wordt ook sterker ingezet op de schoolvoorstellingen. Er werden 7 schoolvoorstellingen georganiseerd zodat iedere leerling van een Zemstse basisschool een voorstelling kon bijwonen. In totaal bezochten 1175 Zemstse leerlingen een schoolvoorstelling. Alle Zemstse basisscholen namen deel aan de schoolvoorstellingen georganiseerd door het agb.
  • Voor het horecagedeelte hebben we sinds 16 april 2024 een partner waarmee de samenwerking stabiel en vlot verloopt, wat bijdraagt aan een aangename beleving voor het publiek tijdens culturele voorstellingen en filmavonden.
  • Het agb@zemst wordt gefinancierd vanuit de gemeente door middel van een prijssubsidie. In 2025 bedraagt deze subsidie € 333 274,50 exclusief btw. 
  • Er werd in het jaar 2025 een winst geboekt van € 59 632 waardoor de te bestemmen winst € 137 192 bedraagt (= boekhoudkundig resultaat). 
  • Er wordt voorgesteld om conform artikel 36 van de statuten van het agb@zemst een dividend uit te keren van € 59 632. Er is geen roerende voorheffing verschuldigd over deze winstuitkering.
  • De te volgen procedure voor de goedkeuring van de jaarrekening:
    • In artikel 243 van het decreet over het lokaal bestuur wordt hierover het volgende gesteld:
      • §1. De raad van bestuur spreekt zich uit over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
      • §2. De gemeenteraad brengt advies uit bij de jaarrekening van het autonoom gemeentebedrijf, tenzij de gemeenteraad ervoor gekozen heeft om alle leden van de gemeenteraad te benoemen als lid van de raad van bestuur.
      • De jaarrekening voor het gedeelte BBC dient bijgevolg niet te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
      • De procedure voor de jaarrekening volgens het Wetboek van Vennootschappen is geregeld in artikel 92 van het Wetboek van Vennootschappen. Dit artikel bepaalt dat de bestuurders die jaarrekening moeten opmaken en ter goedkeuring moeten voorleggen aan de algemene vergadering. Vermits voor een AGB de gemeenteraad als algemene vergadering fungeert, moet de gemeenteraad de door de raad van bestuur opgemaakte (lees: vastgestelde) jaarrekening goedkeuren. Deze zienswijze is eveneens terug te vinden op de website van ABB bij de FAQ.
  • In bijlage van dit besluit bevinden zich 3 documenten:
    • de jaarrekening 2025 BBC;
    • de jaarrekening 2025 vennootschappen;
    • het jaarverslag van de voorzitter aan de raad van bestuur.
Juridische grond
  • Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 231 tot en met 244 die specifiek handelen over het autonoom gemeentebedrijf.
  • Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
  • Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 over de beleids- en beheerscyclus.
  • Het wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019.
Motivering
  • Naar analogie met de gemeente en het OCMW moet ook voor het agb een jaarrekening opgemaakt worden in het kader van de beleids- en beheerscyclus. Daarnaast moet er specifiek voor het agb tevens een jaarrekening worden opgemaakt volgens de vennootschapswetgeving.
Budgettaire impact
  • De prijssubsidie bedraagt € 333 274,50, exclusief btw.
  • De uitgekeerde winst aan de gemeente bedraagt € 59 632
Publieke stemming
Aanwezig: Koen Vandermeiren, Joeri Van den Brande, Liesbeth Lacante, Tim Borteel, Peggy Muyldermans, Dominique Van Haesendonck, Luu Merckx, Jocelyn Bruggeman
Voorstanders: Koen Vandermeiren, Joeri Van den Brande, Liesbeth Lacante, Tim Borteel, Peggy Muyldermans, Dominique Van Haesendonck, Luu Merckx
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Artikel 1. De raad van bestuur van het agb@zemst stelt de jaarrekening 2025 volgens de regels van de beleids- en beheerscyclus van het agb@zemst als volgt vast (bedragen in euro):

  • I. Exploitatiesaldo: 87 675
  • II. Investeringssaldo: - 5 052 080
  • III. Saldo exploitatie en investeringen: - 4 964 405
  • IV. Financieringssaldo: 6 024 015
  • V. Budgettair resultaat van het boekjaar:  1 059 610
  • VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar: 110 485
  • VII Gecumuleerd budgettair resultaat: 1 170 095
  • VIII Beschikbaar budgettair resultaat: 1 170 095
  • Autofinancieringsmarge: 4 983
  • Staat van opbrengsten en kosten: Het overschot of tekort van het boekjaar: 59 632
  • De balans: Het nettoactief: 77 560

Art. 2. De waarderingsregels worden vastgesteld als volgt:

  • Algemene bepalingen:
    • De waarderingsregels zijn gebaseerd op het continuïteitsprincipe. Men laat zich daarbij in hoofdzaak leiden door historische gegevens zoals de aanschaffingswaarde en aanschafjaar;
    • Op deze basisgegevens worden de BBC-waarderingsregels toegepast alsof het bestuur deze waarderingsregels altijd al heeft toegepast;
    • Alle gegevens werden geconverteerd in de BBC-omgeving, zelfs als de nieuwe waarderingsregels een boekwaarde gelijk aan nul genereerde per 1 januari 2013. Daarbij zijn investeringsgoederen die niet meer aanwezig waren, niet mee opgenomen in de inventaris per 1 januari 2013;
    • De aanschaffingswaarde, ruilwaarde, oprichtingswaarde of schenkingswaarde van activa omvat naast de prijs van het goed eveneens de niet-terugvorderbare belastingen, eventuele vervoerskosten en specifieke studie- en andere gelijksoortige kosten die verband houden met de realisatie of verwerving ervan;
    • Het af te schrijven bedrag van een actief wordt per financieel boekjaar bepaald door het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde te delen door de resterende gebruiksduur uitgedrukt in jaren. De restwaarde wordt daarbij principieel bepaald op nul zodat ieder actief finaal volledig afgeschreven wordt;
    • Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om af te wijken van de boeking van een disconto op renteloze vorderingen/schulden, zoals voorzien in artikel 161, tweede lid, van het BVR BBC van 30 maart 2018.

  • Bijzondere bepalingen:

    • Vlottende activa
      • Liquide middelen en geldbeleggingen:
        • worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
        • er kunnen geen herwaarderingen gebeuren;
        • Vorderingen op korte termijn:
          • worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
          • waardeverminderingen:
            • in geval er onzekerheid bestaat over de inbaarheid van bepaalde vorderingen, kunnen deze overgeboekt worden naar dubieuze debiteuren. Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie van de ouderdom van de vordering, zijnde:
              • kleiner of gelijk aan 1 jaar:   10%;
              • tussen 1 en 2 jaar:               20%;
              • tussen 2 en 3 jaar:               30%;
              • tussen 3 en 4 jaar:               40%;
              • tussen 4 en 5 jaar:               50%;
              • ouder dan 5 jaar:                100%;
        • Voorraden en bestellingen in uitvoering:
          • het bestuur heeft enkel klein verbruiksmateriaal dat continu wordt vernieuwd en dus niet als voorraad wordt opgenomen en gewaardeerd.  Gelet op de beperkte omvang van deze 'voorraden' worden ze als verbruikt beschouwd;
        • Overlopende rekeningen van het actief:
          • worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde voor het toe te rekenen of over te dragen gedeelte;
        • Vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen:
          • worden gewaardeerd tegen nominale waarde van de in het boekjaar vervallen gedeelten van de lange termijn vordering;
    • Vaste activa
      • Vorderingen op lange termijn:
        • worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
        • waardeverminderingen:
          • In geval er onzekerheid bestaat over de inbaarheid van bepaalde vorderingen, kunnen deze overgeboekt worden naar dubieuze debiteuren. Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie van de ouderdom van de vordering, zijnde:
            • kleiner of gelijk aan 1 jaar:   10%;
            • tussen 1 en 2 jaar:               20%;
            • tussen 2 en 3 jaar:               30%;
            • tussen 3 en 4 jaar:               40%;
            • tussen 4 en 5 jaar:               50%;
            • ouder dan 5 jaar:                100%;
        • Financiële vaste activa:
          • deelnemingen en aandelen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde;
          • borgtochten worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
          • herwaardering is mogelijk op basis van objectieve gegevens;
        • Materiële vaste activa:
          • de indeling van de materiële vaste activa in gemeenschapsgoederen, bedrijfsmatige materiële vaste activa en overige materiële vaste activa heeft geen invloed op de afschrijvingstermijnen;
          • gronden en terreinen:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde of schattingswaarde;
            • worden niet afgeschreven;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • gebouwen:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde, oprichtingswaarde, ruil- of schenkingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende 33 jaar;
            • grote onderhoudswerken worden gewaardeerd aan realisatiewaarde en pro rata afgeschreven gedurende 15 jaar;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • zakelijke rechten op onroerende goederen:
            • worden gewaardeerd tegen de betaalde vergoeding;
            • worden pro rata afgeschreven gedurende de duur van het contract;
          • wegen en nutsvoorzieningen:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde, oprichtingswaarde, ruil- of schenkingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende 30 jaar;
            • grote onderhoudswerken worden gewaardeerd aan realisatiewaarde en pro rata afgeschreven gedurende 15 jaar;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • riolen, kunstwerken (bruggen,...) en waterlopen:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde, oprichtingswaarde, ruil- of schenkingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende 50 jaar;
            • grote onderhoudswerken worden gewaardeerd aan realisatiewaarde en pro rata afgeschreven gedurende 15 jaar;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • andere onroerende infrastructuren:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde, oprichtingswaarde, ruil- of schenkingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende minimaal 10 en maximaal 30 jaar;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • installaties, machines en uitrusting:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende minimaal 5 en maximaal 10 jaar;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • meubilair en kantooruitrusting:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende 10 jaar;
            • informaticamaterieel wordt per uitzondering afgeschreven gedurende 5 jaar;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • rollend materieel:
            • worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende 5 jaar;
            • vrachtwagens, tractoren en speciale voertuigen worden per uitzondering afgeschreven gedurende 10 jaar;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
          • kunstpatrimonium en (on)roerend erfgoed:
            • wordt gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde of schattingswaarde;
            • wordt niet afgeschreven;
            • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens;
        • Immateriële vaste activa:
          • plannen en studies worden gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde en pro rata afgeschreven gedurende 5 jaar;
          • er kunnen geen herwaarderingen gebeuren;
          • er kan een waardevermindering toegepast worden op basis van objectieve gegevens.
    • Schulden
      • Schulden op korte termijn:
        • financiële schulden:
          • worden gewaardeerd tegen nominale waarde voor het gedeelte dat vervalt in het financieel boekjaar overeenkomstig de controletabellen van de betrokken financiële instellingen;
          • schulden uit (niet-)ruiltransacties:
            • worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
          • voorzieningen voor risico's en kosten:
            • een voorziening voor het vakantiegeld wordt geboekt voor de nominale waarde volgens de gegevens van de externe loonadministratie en wordt jaarlijks op balansdatum herberekend;
          • overlopende rekeningen:
            • worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde voor het toe te rekenen of over te dragen gedeelte;
          • schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen;
            • worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
        • Schulden op lange termijn:
          • financiële schulden:
            • worden gewaardeerd tegen nominale waarde voor de totale uitstaande schuld, verminderd met de schuld van het financieel boekjaar, en overeenkomstig de controletabellen van de betrokken financiële instellingen;
          • schulden uit (niet-)ruiltransacties:
            • worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
          • voorzieningen voor risico's en kosten:
            • voorzieningen voor pensioenen worden geboekt voor de nominale waarde en worden jaarlijks herberekend.
    • Netto-actief
      • omvat de nominale waarde van de activa verminderd met de gewaardeerde passiva;
      • de verkregen subsidies waarmee de investeringen zijn gefinancierd, worden verrekend over een termijn die overeenkomt met de afschrijvingsduur van de investering waarvoor de subsidie werd toegekend. De jaarlijkse verrekening houdt in dat de verkregen subsidie geleidelijk in opbrengsten wordt genomen en bijgevolg de jaarlijkse afschrijvingen van de overeenkomstige investering (gedeeltelijk) neutraliseert. Zolang een investering in uitvoering is en nog niet wordt afgeschreven, wordt de verkregen investeringssubsidie evenmin verrekend.

Art. 3. De vastgestelde jaarrekening 2025 volgens de regels van de beleids- en beheerscyclus wordt via het digitaal loket bezorgd aan de Vlaamse regering voor goedkeuring.

Art. 4. De vastgestelde jaarrekening 2025 volgens het Wetboek van Vennootschappen wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad die fungeert als algemene vergadering.